Een Dell server kopen betekent kiezen uit de PowerEdge-lijn, in rack- of toweruitvoering en refurbished of nieuw. Je configureert elk model zelf op processor, geheugen, RAID-controller en schijven. De meeste modellen hebben iDRAC voor beheer op afstand, zodat je er niet naast hoeft te staan. Elke server wordt onder belasting getest voordat hij verzonden wordt. Kies hieronder op formfactor: 1U, 2U of tower.
Elke PowerEdge heet naar een vast patroon, en dat scheelt zoekwerk in het productoverzicht hieronder. De letter vooraan geeft de formfactor: R is rack, T is tower. Het cijfer erna is de serie, en die bepaalt de hoogte. De 200-, 300-, 400- en 600-serie zijn 1U; de 500-, 700-, 800- en 900-serie zijn 2U. Een hoger serienummer betekent daarbinnen meer uitbreidingsruimte en meer geheugensloten.
Zoek je een compacte rackserver, dan filter je dus op een R met een 2, 3, 4 of 6 erachter. Wil je ruimte om te groeien, kijk dan naar de hogere series.
Het tweede cijfer in de naam geeft de generatie aan, dus je ziet in een oogopslag wat nieuwer is: een R740 is een generatie recenter dan een R730.
Een nieuwere generatie neemt meer geheugen op, is sneller per kern en verbruikt minder. Een oudere generatie geeft meer kernen en meer geheugen per euro, en is daarom populair in testopstellingen en homelabs. Draait de server in productie en wil je langer vooruit met firmware-updates, kies dan recent. Gaat het om een lab- of testomgeving, dan is een generatie ouder vaak de betere koop.
Drivebays. SFF (2,5 inch) of LFF (3,5 inch), en hoeveel er in het chassis zitten. Dit bepaalt hoe ver je met opslag kunt groeien en ligt vast in de backplane.
RAID-controller. Een PERC-controller verzorgt hardware-RAID. Wil je de schijven juist ongewijzigd doorgeven aan software als TrueNAS of ZFS, kies dan een HBA-model of een controller in non-RAID-modus. Naast de Dell-controllers zijn er vaak ook pass-through kaarten van andere fabrikanten beschikbaar, bijvoorbeeld van LSI.
Sockets en geheugen. Een single-socket model gebruikt minder stroom en volstaat voor bestandsopslag of een handvol virtuele machines. Dual-socket modellen bieden meer kernen en meer DIMM-sloten.
iDRAC-licentie. iDRAC Express zit standaard op de meeste modellen. De Enterprise-variant voegt o.a. een grafische remote console toe, wat handig is als de server niet op je eigen locatie staat.
Bij Dell 1U staan de compacte rackmodellen voor opstellingen waar hoogte schaars is. Dell 2U geeft meer uitbreidingsruimte en meer drivebays. De Dell towerservers uit de T-serie hebben geen rack nodig en maken minder geluid. Vergelijk je liever over merken heen? Bekijk dan alle rack- en towerservers of de HPE ProLiant-servers.
Bij refurbished hardware is de vraag niet of het werkt, maar wat er al op zit. Daarom beoordelen we elke schijf op gebruik. BIOS en iDRAC worden naar de laatste firmware gebracht, zodat je niet begint met een update-ronde. Daarna draait de server minimaal twee uur een stresstest. Afhankelijk van het model krijg je zes maanden of een jaar garantie, uit te breiden naar 12 of 24 maanden, of naar een on-site contract tot drie jaar.
PowerEdge is samen met HPE ProLiant de meest gebruikte serverlijn in datacenters, en dat merk je aan de onderdelenmarkt. Geheugen, schijven, controllers en voedingen zijn ruim verkrijgbaar en goedkoop. Daarnaast is iDRAC een van de betere beheerinterfaces. Bij refurbished is dat een groot voordeel: een defect onderdeel vervang je eenvoudig.
Vier posities, van links naar rechts. De letter is de formfactor: R voor rack, T voor tower. Het eerste cijfer is de serie. Het tweede cijfer is de generatie, waarbij een 4 staat voor de 14e en een 5 voor de 15e. Het laatste cijfer geeft de processorfabrikant: 0 is Intel, 5 is AMD.
Een R640 is dus een rackserver uit de 600-serie, 14e generatie, met een Intel-processor. Bij de nieuwere generaties komt er een cijfer bij voor het aantal sockets: een R6515 heeft er een, een R6525 heeft er twee, allebei met AMD.
Bedrijven schrijven servers meestal in drie tot vijf jaar af, maar dat is een boekhoudkundige termijn en geen technische. In de praktijk draaien deze machines veel langer door; sommige bedrijven hebben servers van twintig jaar en ouder in productie. Wat het einde bepaalt is meestal het aflopen van firmware-ondersteuning, niet het kapotgaan van de hardware.
Niet altijd. Een PERC-controller koppelt meerdere schijven tot een volume en vangt de uitval van een schijf op. Gebruik je ZFS, TrueNAS of software-RAID, dan wil je juist het tegenovergestelde: een controller die elke schijf los doorgeeft. Kies de controller dus op basis van je besturingssysteem en wensen.
Dell nam EMC in 2016 over en voerde die naam daarna enkele jaren op servers en storage. Het gaat om dezelfde PowerEdge-hardware. Inmiddels is die toevoeging weer losgelaten. Een server die als Dell EMC PowerEdge in de shop staat, is dus gewoon een PowerEdge.